Vijfdaagse trektocht over het Vercors-plateau

Een verslag uit de oude doos en na een falende harde schijf zonder foto's


Mijn dochter Marjan die na een jaar onderbreking weer eens met vader beton en asfalt achter zich wil laten. Samen met haar had ik de noordoostkant van de Cevennen doorkruist. Eigenlijk te warm maar onderweg zoveel variatie dat de hitte toch wat op de achtergrond werd gezet. Afgelegen sfeervolle dorpjes zoals Loubaresse, Thines. Les Vans, een stad, waar dan weer heel wat lekkers kon worden gekocht. Een hilarische avond in een veel te chique hotel bij Garde-Guérin. Iedere dag wel voorbij een riviertje waar dan een verkoelende duik werd genomen.

Liefst van al wilde ze iets gelijkaardigs. Nog beter voor haar zo zei ze,”hem gewoon nog eens over doen”. Wat doet vader als hij eigenlijk zijn zinnen had gezet op terug een tochtje Vercors? De ervaring van vorig jaar, een trekking die hij zich nog heel helder voor de geest kon halen en die eigenlijk het ganse jaar door het baken was naar een volgende droom. Ze liet me begaan.

Alleen dat er niet gezwommen kon worden vond ze een beetje spijtig. Laat het water nu net ook mijn grootste probleem te zijn. Nog nooit was de zomer zo lang en heet. Naast mist bepaalt drinkbaar water of de oversteek slaagt dan wel vroegtijdig afgebroken moet worden. Tegen het einde van het seizoen durven de bronnen op het plateau wel eens stoppen met het leveren van water. Een goede planning van de waterbevoorrading wordt dan essentieel om de tocht uit te kunnen lopen. Berichten geplaatst binnen verschillende buitensport forums, e-mails naar Office de Tourisme en Maison du Parc om een idee te krijgen over het debiet van de paar bronnetjes die er op het plateau zijn. Ik kreeg
dan wel antwoord maar een garantie werd door niemand van hen gegeven...

Hoeveel vocht hebben we nodig om drie dagen te overbruggen? Ik heb het gehouden op 20 liter. Elf liter voor mijn rekening, negen liter voor Marjan. Verreken dan nog eens het gewicht van tent en eten en dan kan ik hierbij melden dat er weer een record is gesneuveld.

De Eurolines bussen hadden geen vrije zetels meer en daarom werd er met eigen auto gereden, iets wat de achterblijvers thuis maar matig konden bekoren. Hun vrijheid, midden in de vakantie, werd er fel door beknot. De TGV was ook een optie maar eigenlijk onbetaalbaar.

Dag 1: Zoersel - Cabane de Carette

In negen uren naar Lus-la-Croix-Haute waar we onze auto achter lieten. Met de regionale trein naar Grenoble. Hier wat lopen rondhangen, wachtend op de bus. Eerste confrontatie met de rugzak. Jeetje dit wordt zwaar. In het busstation ons potje avondeten gekookt. Als je ziet wat er allemaal rondom ons gebeurt valt ‘vreemd doen’ niet op. Ik blijf het nog steeds moeilijk hebben geconfronteerd te worden met de verborgen (gehouden) kant van onze maatschappij waar je in grootsteden zo nadrukkelijk mee wordt geconfronteerd.

Op de bus naar Corrençon zaten nog twee Vlamingen die een achtdaagse hoteltocht deden (via de organisatie’ Te Voet’) om en rond Autrans. Geef mij toch maar de (illusie van) vrijheid om zelf te kunnen bepalen wat ik morgen wil doen.

Corrençon, golfterrein: Om 19u50 sloegen we de deur van het bagageruim dicht en was het aan ons. Nog eens een laatste keer alles gecheckt. Flessen tot de rand gevuld aan een fonteintje op de parking. Zwijgzaam achter elkaar, in een constante cadans, een race tegen de duisternis aan het houden. Een wijngaardslak die zich terug durfde vertonen nu de zon veel van haar kracht heeft verloren...

Onweer heeft hier lelijk huisgehouden. In de Drôme is deze morgen een dode gevallen. Sporen van hevige regenval.
Hoelang duurt het eer de regen via de ondergrond zijn weg gevonden heeft naar het aftappunt van een bron? “Deze week nog, zou krap zijn”. Ik moest een gniffel onderdrukken bij deze gedachte.

Cabane de Carette, iets na 21u: Reeds halfduister. Een Frans-Duitse man-vrouw combinatie heeft er ook zijn intrek genomen. Ook ze hebben (hadden) het plan om morgen door te steken naar Jasse du Play. Een streep door hun rekening. Morgen mogen ze terug naar Corrençon. Het getuigt toch wel van een heel slechte voorbereiding als zij meenden hier nog drinkbaar water aan te treffen. De bron hier, voor zover je ze kan vinden, geeft maar een korte periode van het jaar water. Vorig jaar heb ik ze tevergeefs lopen zoeken.

Dag 2: Cabane de Carette - Jasse du Play

Geen muizen gehoord deze nacht. Terug een zoektocht ondernomen naar de bron. Ik heb ze gevonden. Het is geen klassiek aftappunt. Enkel een stenige holte onder een kalkplaat. Nogal wat organisch materiaal op de bodem. Ook al stond er water in. Ik zou er niet van durven drinken. In zo’n geval kan een pompje wel uitkomst brengen. Ik had de stille hoop, net zoals Mozes die met een slag van zijn staf zijn dorstig volk kon laven, ik het dorstige duo uit de nood zou kunnen helpen. Helaas mirakels zijn niet voor mij weggelegd en net niet heilig (of gek) genoeg om te willen delen met wat ik zelf heb. Eigen watervoorraad maar discreet op de achtergrond gehouden. Een kort beleefd knikje toen ze de deur achter zich sloten.

Muesli en vitaminepil uit de C en B categorie achter de kiezen. Waarvan de laatste niet echt nodig is. Maar enkel de gedachte alleen al dat ze zou kunnen helpen in de energieomzetting is meegenomen.

Zo ingesloten tussen de bomen valt het voorlopig niet op dat we eigenlijk door een uitzonderlijk mooi gebied lopen. Bij Darbounouse worden we voor het eerst getrakteerd op een grote Alpenweide midden het bos. Ze vormt, uitgesterkt over vele honderden meters een zogenaamde doline. Het diepste punt ligt honderd meter lager dan de omgeving. Een fenomeen eigen aan een kalkplateau. Door de inwerking van neerslag over duizenden en duizenden jaren, de natuur neemt zijn tijd, lost de kalk langzaam op met een verzakking tot gevolg... Heel het plateau is trouwens een kaas met grote gaten. Vandaar dat water niet gemakkelijk wordt vastgehouden.

Een eerste mogelijkheid tot contact met het thuisfront. Voor wie het filmpje van Mister Bean kent waar hij tracht met allerhande kunstgrepen en acrobatische toeren de antenne van zijn televisie zo te richten dat hij toch beeld krijgt, bij ons was het van hetzelfde voor dat ene blokje ontvangst meer. Nog even gebukt voor het oprapen van een Frans 5 franc stuk. Een relikwie uit een ander tijdperk, zo lijkt het althans. Eigenlijk waardeloos maar toch maar in mijn broekzak gestoken. De vlakte in zuidelijke richting overgestoken om dan, door halfopen gebied naar Tiolache-Haut te lopen. Voor we zover waren, zo tegen 11 uur, hebben we een lange pauze gehouden. Het laatste uur vooral zwetend en puffend. Vrolijke melodietjes heb ik mij onderweg niet horen fluiten. Ach, achter een paar dagen, als we niet meer met die badkuip op onze rug rondlopen zal alles veel soepeler verlopen.

De kippensoep, inmiddels een klassieker, smaakt voortreffelijk. De dochter al zonnebadend terug wat energie aan het opslaan. Zij is buiten persoonlijk gerief, slaapmat en slaapzak ook nog eens bedacht met die 9 liter water iets wat toch begint door te wegen. Ik had toch al besloten om eerst haar voorraad aan te spreken. Het moet nog een beetje leuk blijven ook. Verder probeer ik haar zo goed mogelijk te verwennen. Het doet me erg veel plezier dat ze het nog eens een keer aandurft om mee te gaan.

Een opgeschrikte korhoen wiekt zich moeizaam op gang. Toch nog een keer het pad bijster geraakt. Het blijft altijd een beetje opletten. De ongerustheid van vorig jaar is achterwegen gebleven. Een vederlicht gevoel in de buik. Ik herken het. Een teken dat het mij goed gaat en er heel veel zin in heb. Moeilijk voor te stellen dat dit vroeger ooit deel heeft uitgemaakt van de zeebodem. Op een plaats zijn naast het pad duidelijk afdrukken van ammonieten te zien. Borden aan de randen van het parc vermelden heel duidelijk dat het verboden is om wat dan ook mee te nemen. Er wordt ook gesproken over mineralen doch voor zover ik weet tref je geen mineralen tussen het kalksteen.

Bij Jasse du Play openbaart zich het landschap definitief. Op de achtergrond kromt Le Grand Veymont zijn rug. Die staat voor morgen op het programma.

Eenmaal aan de hut begint het terugkerend ritueel. Wat rommelen in de rugzak, mijmerend in de verte starend, mijn geest dwalend over het gebied. Het kruis bij Pas de Berrièves nog net zichtbaar. Vorig jaar waren er steenbokken te zien boven op de crête. Nu laten ze het afweten. Een schaarse marmot toont zich. Nog maar eens platliggend in het gras, de zon haar werk laten doen. Het begint hier al aardig vol te lopen. Met matje en slaapzak al ons stukje ‘slaapplaats’ afgebakend.

Tijd om eens te gaan zien aan de bron. Niet zo direct binnen handbereik. Ik schat op een 800 meter in vogelvlucht. Een dun straaltje water, vijf minuten voor één liter water. Aan zijn drinkbaarheid valt te twijfelen. Een gemzendrol in het kleine gemetselde opvangreservoir zorgde voor een constante aanvoer van bacteriën van de verkeerde soort. Ons beiden een uitgebreide wasbeurt gegeven. In plaats van mij nog verder over te leveren aan de luiheid nog even wat energie gestoken in een klimmetje naar Pas de Berrièves. Eventjes al eens over de rand gaan loeren.

Afgezien van het oorspronkelijke plan om morgen over deze graat tot Pas de la Ville te lopen en daarna nog eens een klim van 400 meters om over de Veymont te geraken. Veel te veel hoogtemeters. Het gewicht op onze ruggen zou ons wel eens zuur kunnen opbreken en ik durf het gewoon niet aan om met een minimum aan water verder te trekken. Er is geen pad te zien doch gewoon steeds het hoogste punt aanhouden en je zou met een kleine dagrugzak een tocht van ‘niveau’ kunnen maken.
Een idee om dan van Jasse du Play de uitvalsbasis te maken voor dit plan. Ik hou het in mijn gedachten voor... wie weet, ... nog eens een keer terug te keren.

Vanaf Rocher de Séguret een prachtig zicht op heel de crête. Toch spijtig dat de lucht niet geheel helder is om alles scherp op de foto te krijgen. Na een bami-gerecht de overblijvende route besproken. Bij mezelf een lichte vrees gevoeld bij de gedachte dat de laatste twee dagen misschien wel een maatje te hoog gegrepen zijn. Een alternatief verzinnen om toch nog op tijd bij de auto te zijn is niet voor de hand liggend. We zitten namelijk in een wel heel strak schema. Daarbij, nu al toegeven aan... daar komt alleen maar ‘spijt’ van. Ik weet uit ervaring dat een te vlugge aanpassing van de route achteraf onrust geeft en kwaadheid naar mezelf omdat dan het idee me achtervolgt dat ik niet voluit ben gegaan. Vrijdag hebben we onze laatste wandeldag (8 uur volgens het boekje). Dan nog de hele weg terug naar huis om zaterdagmiddag in Almelo verwacht te worden op een familiefeest.

Heeft een mens al eens vakantie en dan zit hij zichzelf nog op te zadelen met stress.

Dag 3: Jasse du Play – Cabane de Pré Peyret

Gisteravond grote hilariteit ten huize ‘Jasse du Play’. In mijn beste Frans alle andere trekkers verwittigd dat ze eetbare zaken onbereikbaar ver weg moeten zetten voor de eigenlijke bewoners van dit onderkomen. Muizen, muizen en nog eens muizen. Ze lijken groter dan onze grijze huismuis. Schijnbaar zijn ze afwezig tot iedereen in de slaapzak ligt en dan begint het geritsel voor ettelijke uren. Iedereen lijkt gemobiliseerd om op strooptocht te gaan. Vreemde ervaring, dat getrippel naast mijn hoofd. Handen diep weggestoken in de slaapzak maakt dat ik mij weerloos, overgeleverd voel. ’s Morgens werd door iedereen de schade opgemeten. Uit puur venijn en frustratie, zo leek het althans, had er eentje het topzakje van mijn dochter onder geplast. Net niet brutaal genoeg om een gat in de rugzak te bijten en zich zo een weg te banen naar onze voorraden.

Onder een staalblauwe hemel zette we ons in beweging. Zoals die oude berg (Veymont is de verbastering van vieille mont) zich liet zien, daar wil geen enkel wandelaar omheen. Bij Fontaine de la Chau hebben we een korte pauze gehouden. Ook hier toch weer nog een dun straaltje water om een reeks drinkbakken te vullen. Een familie had er in een bosje, hun kamp opgeslagen. De stemming zat er bij hen duidelijk in, maar dan in negatieve zin. Er hing spanning in de lucht. Vanaf het Sentier Central werd het druk. Het moet blijkbaar mogelijk zijn om vanaf Chau de weg af te steken richting Pas de la Ville want, hoewel we eerder vertrokken waren arriveerde familie ‘donder’ voor ons bij de pas. Hun dochter had het moeilijk om in beweging te blijven en werd door haar broer (of was het de vriend?) op sleeptouw genomen. Op de pas werd gehergroepeerd, rugzakken afgeworpen, even uitrusten voor de finale klim.

Om 11u30 konden we niet hoger wat betekende dat de top was bereikt (2321m). Indrukwekkend, van alle kanten valt er wat te zien. De Ecrins en Alpen in het oosten, de Cevennen in het westen. Zuidwestelijk was de open plek waar de hut voor vanavond ligt. Mont Aiguille lag verder af dan verwachte. Nu was hij tenminste zichtbaar. Vorig jaar heb ik hier verschillende uren gewacht in de hoop dat het weer zou opklaren. Mont Aiguille, was een van de eerste moeilijke bergen die er in de geschiedenis van het Alpinisme beklommen zijn. We schrijven dan 1492.

Bij de top zijn er nogal wat primitieve, met stapelstenen, beschutte slaaplagers waar op stenige en erg ongelijke ondergrond gebivakkeerd kan worden. Het moet een prachtig zicht zijn om vanaf hier te genieten van de zonsondergang om dan de volgende ochtend de zon te zien opkomen boven de Alpen.

Vader die smalende opmerkingen maakte aan het adres van zijn dochter. Volgens hem lag het aan de gezouten chips die dochterlief zat te eten dat het zo slecht gesteld was met haar fysieke conditie. Het franse leger hield er een oefening. Blijkbaar was de weg naar de top een vorm van training. Tien minuten nadat de laatste boven kwam ( Iedereen met volle bepakking) gaf de chef te kennen dat het tijd was om terug af te dalen. Boven zou er een metalen doos zijn met een schriftje om een bericht achter te laten. Onvindbaar.

De alpenkauwen waren niet schuw en lieten zich erg gemakkelijk voederen. Gisteren nog gedacht dat de tocht in omgekeerde richting lopend, zon in de rug, een ander visueel spektakel zou geven. Maar als dat moet betekenen dat de zuidhelling van de Veymont beklommen moet worden dan zou ik nu willen passen. Net een muur waar tegenop gelopen wordt. En toch is er ook vanaf hier een constante mensenstroom naar boven.

Beneden aan de voet van de berg bij Pas de Chattons zijn wij languit gaan liggen in het gras. Rondom ons de zo karakteristieke bergen. Ook vanaf hier is het mogelijk om over de rand te kijken. Commerciële organisaties die trektochten te paard organiseren durven hun tenten hier ook op te slaan. Eigenlijk geen slechte keuze.

Fontaine des Bachassons staat net nog niet droog. Schapen staan er te drummen. Een suffe waakhond heft even zijn hoofd op en blijft verder onbeweeglijk. Rustig uitlopend, in een geleidelijke afdaling, tot Cabane de Pré Peyret. Hopend dat er nog een plaatsje zou zijn in het 2x 4 personen grote stapelbed. Even stil gestaan bij een verlaten steengroeve uit de Romeinse tijd. Er liggen nog enkele half afgewerkte stukken kalksteen. Een poging gedaan om in dit kader een historisch beeld op te roepen van zwoegend Romeinen. Vreemd dat in de verlatenheid van dit gebied indertijd net deze plek is uitgekozen om stenen te kappen. Wat een inspanning om ze ook nog te vervoeren naar het dal. Naar verluid is kalksteen uit deze groeve teruggevonden in gebouwen van de stad Die.

Fontaines des Endettes: Nog net genoeg water in de uitgeholde boomstam om het meeste zweet af te spoelen. Verder valt er af en toe toch nog een drupje water. Te weinig om de drinkbus te vullen maar genoeg om een veelkleurig gezelschap van vogels aan te trekken. In het totaal overnachten we hier met dertien. Buiten een flirtend koppel stelde de rest van het gezelschap zich erg zwijgend, beheerst op. Eerst het idee dat bij de anderen de droogstaande bron niet voor onrust gezorgd heeft doch toen er een kort maar hevig onweer losbarstte werden er in een ijl tempo allerhande lege flessen bovengehaald in een poging het hemelwater op te vangen dat van het plaatstalen dak naar beneden stroomde.

Dag 4: Cabane de Pré Peyret – bivak bij de D120

Niet gemerkt dat er deze nacht nog 3 jongeren zijn gearriveerd. Met de eerste zonnestralen boven Peyre Rouge zijn we vertrokken... Over berg en door dal, onnavolgbaar van het ene punt naar het andere. De zon trekt nog lange schaduwen in steeds veranderend landschap. Rechts in de diepte ligt het land nog te slapen. Meer oog gehad voor de details, voor de kleine markeringen links en rechts van het pad die ergens naar toe leiden. De kansen op een rendez-vous met steenbokken begint te slinken. Mont Aiguille staat met zijn voeten in de wolken. Inmiddels ligt hij al een eindje achter ons.

De gr 91 gaat verder omhoog en volgt Montagne du Glandasse en geeft de mogelijkheid om nog een dag langer op het plateau te verblijven. Wij volgen verder de GR93 om even later uit te kijken over een heuse canyon. Hier eindigt de tocht over het plateau en komen we voor even terug in de bewoonde wereld. Veel sporen zichtbaar tegen de steile puinhellingen. We voelden gewoon de nabijheid van de steenbokken doch ze lieten zich niet zien. Overhangende rotsen waar onder door gelopen moet worden en in de eerste fase nogal wat steenslag. Niet zonder risico. Pootje badend in het ijskoude water van Rau d’Archiane. Een verademing. Mijn voeten leken weer wat plaats te hebben in de broeierige schoenen.
Hoe goed ik ze ook onderhouden heb. Het loont zich niet meer om ze nog een tweede keer te laten herzolen. Het heeft er alle schijn van dat ze aan hun laatste grote tocht zijn begonnen.

Net voor het binnenkomen van Archiane, bij een picknickplaats, voor een uurtje alles van ons afgegooid. Bijkomen van de inspanningen. Nog de tijd genomen om onze haren te wassen. Een coca gedronken in de plaatselijke cafetaria van Archiane. De man die we bij de picknickplaats nog door zijn boomgaard zagen lopen stond nu in de bediening. Was het van ganser harte? Ik betwijfel het. Wat keek hij stuurs! De parking voor het dorp staat goed vol met auto’s. Weinigen die de weg naar het plateau aanvatten. Slechts 1 koppel met volle bepakking de weg door Combe de l’Aubaise naar boven zien gaan.
Côte Chaude had mededogen met ons. Een groot deel in de schaduw van een wolk kunnen lopen. Een smaragdhagedis die zich uit de voeten maakt. Benevise heeft iets te doen met notenbomen.

Verschillende boomgaarden bij het binnenkomen van het dorp. Bij een plaatselijke fontein het petanque spel gevolgd wat enkele jongeren speelden. Verder leek er in dit stille dorp niet zoveel te gebeuren. Een café au lait gedronken in Les Nonnières. Naast de gîte in Archiane is er ook hier gelegenheid tot een overnachting. Onze laatste mogelijkheid ter ondersteuning van de plaatselijke economie.

Tijdens onze klim naar de D120 zag ik nu wel mogelijke bivakplaatsen. Iets waar ik vorig jaar in mijn onrust overheen had gekeken. Het gaat ons uitstekend. Mijn dochter kan is stilte een inspanning leveren zonder luidop te zuchten en te puffen als het toch wat zwaar wordt. Tot op het einde van de toch wel lange dag moeten er inspanningen worden geleverd. Tent opgezet in het gras, tegen de bosrand. Wat een genot dat me overviel, toen ik liggend in het gras de afgelopen dag overschouwde. Het zijn de contrasten die zo verslavend werken en die mij steeds doen uitzien naar een volgende uitdaging.

Ik ben er gerust in, geen kwetsuren, en een uitstekende conditie. De afsluitende dag ligt ook binnen onze mogelijkheden. Dit is zowat de enige plek tot na de afdaling van Le Jocou waar er nog volop water te vinden is. Vreemd dat de topo kaart er geen melding van maakt. Na een was en plas, de laatste keer een wissel van kledij.

De laatste avond, en we hebben er een feestmaal van gemaakt. Onszelf getrakteerd op een dubbele portie pasta. Nog een chocolademelk met echte chocolade. Afsluitend met een kop koffie.

Bezoek van een plaatselijke bewoner met zijn hond ‘Noorderlicht’ genaamd. Man had nood aan een praatje. Heeft een hele uitleg gedaan over de wortels die hij met België en Canada had. Over de Nazi’s die hier in de tweede wereldoorlog lelijk huis hebben gehouden door de bevolking te bestaffen voor hun sympathieën met het plaatselijke verzet. Met de landing in Normandie en het verder optrekken van de geallieerden waren de partizanen op het plateau al te openlijk in het verzet gekomen. Helaas, liet de bevrijding op zich wachten en met zweefvliegtuigen zijn er Duitsers op het plateau gedropt die, enkele dagen voor de bevrijding, nog aan het moorden zijn geslagen. ‘Noorderlicht’ is later op de avond nog teruggekeerd op zijn stappen waarna mijn dochter zich ongerust maakte of de man, die bij de hond hoorde, geen val zou hebben gemaakt.
Hij had namelijk door een ongeval in zijn jeugd naar eigen zeggen een hersenletsel opgelopen. Wat zich liet zien in een slepend rechterbeen. Dat van die val zal waarschijnlijk ingegeven zijn door de link die ze maakte met films waar het dier alarm slaat als er iets met het baasje gebeurt. Voor mij had het vooral te maken met het opportunisme van de hond die zich aangesproken voelde om aan te schuiven aan onze feesttafel.

Tegen 20u lagen we in de tent. De wekker op 5u30. Met Mont Barral(1903m) en Crête de Jiboui wakend op de achtergrond brachten we ons lichaam in een rust. Morgen mogen we een laatste keer nog eens alles uit de kast halen. Het thuisfront niet op de hoogte kunnen brengen van onze vorderingen. Gsm ontvangst was nihil.

De oost-west georiënteerde melkweg is duidelijk te zien. Hoe klein voel ik mij in deze oneindigheid, als materie te verwaarlozen, hoe relatief in tijd mijn bestaan. En toch overspoeld met overweldigende emoties.

Dag 5: D120 - Zoersel

In het halfduister opgestaan. Het voornemen om het geploeter door struikgewas van vorig jaar achterwegen te laten en nu wel op het rechte pad te blijven. Op een grashelling naar de crête het pad toen mijn weg kwijt geraakt. Wat ik dacht dat een vaag pad was, bleek een wildspoor te zijn wat in het bos op niets uitkwam. Ons niet laten afschrikken door een opzichtig waarschuwingsbord –passage interdit- naast het bospad. Je zou kunnen denken dat het verboden is om dit wegeltje te gebruiken ‘wakende honden etc.’ om het verbod nog meer kracht bij te zetten. Boerderij ‘ferme du Désert’ blijkt al jaren vervallen en onbewoond te zijn. Onbegrijpelijk dat het hier vorig jaar misgelopen was. Het echte pad lag gewoon enkele meters hoger en bleek goed gemarkeerd met rood-wit.

De berg die vanaf onze bivakplaats boven de rest uittornde kwam binnen bereik. Aanpassing van de route. Duidelijk aangegeven met een bord. Blijkbaar is het niet meer toegestaan om langs de cabane de weg naar boven te nemen. We mochten zelf onze weg naar de crête zoeken. Het zal nog enkele jaren duren eer trekkers tot een consensus zullen komen wat –vanuit energetisch oogpunt gezien- de meest voordelige route naar boven is. De eerste honderden meters een vaag spoor gevolgd wat reeds getrokken was om dan zelf de meest aangewezen weg te kiezen. Bezorgde ochtend trippers vroegen of we wel voldoende water bij hadden.

Winderig op de kam. Diep onder ons liep ‘Route Napoleon’. Steilte links en rechts maakte het spannend, niet gevaarlijk. Onderweg grappen zitten maken over de grote witte honden die beneden in het dal schapen bewaakten. Hadden de honden zich vermomd als schaap ter misleiding van de wolven die er zich hier zouden ophouden? Alleen hun ‘geblaat’ klopte niet erg en zou nog veel oefening vragen. Zouden wolven zover kunnen evolueren dat ze verkleed als trekkers kunnen infiltreren in een schaapskudde? Dit ter misleiding van de honden. Allemaal onzin natuurlijk maar ergens werkte het op onze lachspieren. Het blijkt dat de wolf zich langzaam aan terug aan het vestigen is in dit gebied. Het zou over exemplaren gaan die vanuit Italië naar hier gemigreerd zijn. In de Abuzen zijn ze nooit helemaal verdwenen geweest.

Bij col de Seysse konden we ons opmaken voor een laatste steile klim naar boven. Marjan met schrik in de benen op handen en voeten naar boven. Er zijn genoeg treden in het gras om veilig boven te geraken doch vanuit het perspectief dat je hier had, kijk je wel heel diep naar beneden. Ik schat de helling toch wel op 40/45°. Boven een lange dik verdiende pauze, onszelf feliciterend dat we te voet nogal wat afstand kunnen afleggen. Gisteren waren we nog ter hoogte van Mont Aiguille en nu was hij ver in noordelijke richting zichtbaar. Daarachter de Veymont. Links van ons Montagne de Glandasse.

Nog een laatste klimmetje naar de pyramidetop van Le Jojou (2051m). Dochter die zich afvroeg vanuit onze aanloop; “of er op de top wel genoeg plaats zou zijn om te kunnen staan”. Vanuit het beeld wat we hier kregen was dit geen onzinnige vraag. Erg fier over onszelf met die bult van een rugzak hier te kunnen staan. Breed glimlachend naar de ‘dagpackers’. Hoe sober in vergelijking met de menukaart wat sommigen uit hun rugzak kunnen toveren, maar de soep die ik hier boven heb gekookt smaakte weeral uitstekend. Dochter die wilde plassen. Enigszins onwennig. Hoe moet dat hier? Geen enkele beschutting. “Moonen” op het hoogste punt van de omgeving. Moonen, een term die gebruikelijk is onder jongeren waarbij aan voorbijgangers de ontblootte achterkant wordt getoond .

Lus-la-croix-haut ligt 1000 meter dieper op ons te wachten. Vanaf nu ging het, buiten een klein klimmetje voor Col de Grimone, enkel nog maar naar beneden. Ook wat de schoonheid van het landschap betreft. Afkoeling gezocht bij een koeien drinkbak voor de col, het eerste water aftappunt van vandaag... Er is wat afgekalkt op de weg naar de col. De tour de France moet hier enkel jaren geleden zijn voorbij gekomen. Recent blijkbaar ook een anti-wolven campagne gestart. ‘Non au loup’ en met naast ‘Oui’ een schematische tekening van een lieftallig schaap. Boeren en ecologisten, ’t Blijft een moeilijk huwelijk.

In de laatste kilometers naar Lus komt het gebied (Dévoluy) in het oosten goed in beeld. Vorig jaar ben ik hier nog drie dagen doorheen getrokken. Heb je nog wat tijd over. Doet hetzelfde. Je zal het je zeker niet beklagen. Col de Aiguilles kwam zo nadrukkelijk in beeld dat ik overvallend werd door een gevoel weemoed. Mijn gedachten gingen terug naar de vlakte achter deze col. Een bivakplaats die ik nog altijd koester, een van de mooiere.

Op de terugweg naar huis nog tot Grenoble tijd gehad om afscheid te nemen van het landschap waar we de voorbije dagen vertoefd hadden. Plekken aanwijzend waar we geweest waren. Was dit de laatste keer? Bij ieder afscheid blijft er iets van jezelf achter en neem je weer iets mee. De eeuwigdurende slinger zolang ons leven duurt. Dochter en vader hebben samen iets beleefd. Wat brengt ons volgend jaar?

Ivo & Marjan Vanmontfort

Over Ivo & Marjan: Trekkings zijn mijn bron van ontspanning. Een goede voorbereiding en dan wil ik, nogal basic, liefst geheel zelfvoorzienend beton en asfalt achter mij laten.Je kan me vinden ergens tussen Vogezen en Pyreneeën. In het dagelijkse leven ben ik groepsbegeleider op een afdeling voor verslaving. Mij onderdompelen in de rust van een landschap geeft een goed tegengewicht. Zoveel woorden binnen de sessies, zo weinig gesproken onderweg. Ben ook vader van drie dochters waarvan de middelste, Marjan, er ook stevige inspanningen voor over heeft om te proeven van de indrukken onderweg.

Reacties

Populaire berichten